Ik ben even boos momenteel. Of gefrustreerd. Of verdrietig. Of dat alles tegelijk.
Hoe dan ook, de realiteit hakte er even stevig in vanmorgen.
Oog in oog met dat wat ooit zo normaal was, en nu niet meer voor te stellen.
Het gewone leven een ver-van-mijn-bed-show.
Daar bovenop antwoordde ik eerlijk op de vraag hoe het met me ging.
Ik weet ook weer waarom ik dat liever niet doe. Ik ga me bezwaard voelen.
Dat ik de ander opzadel met mijn ‘gedoe’.
Wetende dat dat gedoe mijn dagelijkse realiteit is, en daarmee vooral voor mij vervelend.
Maar toch. Ik voel me er lekkerder bij als ik de ander een opgewekt verhaal kan vertellen.
En daar nog bovenop sprak ik uit dat ik niet weet wanneer ik beter word, dat ik niet eens weet óf ik beter word. Geen nieuwe woorden. Ik heb ze vaak genoeg gedacht, en wellicht ook wel eerder hardop naar een ander geuit. En vandaag hakken ze er in.
Ik voel wel het vertrouwen dat het beter gaat worden dan het nu is. Maar of ik beter word?
Ik hoef niet eens mijn oude zelf te worden. Het hoeft niet persé te worden zoals het was.
Maar een vorm van leven waarbij ik kan voelen: ja, ik ben beter. Dat zou heel fijn zijn.
Al zou ik nu al blij zijn met ‘een heel stuk beter dan het was’.
Nou dat dus. Balen van wat er is.
En tegelijkertijd blij zijn met de zon die schijnt, de kattenknuffels, onze nieuwe kast.
Als alles er tegelijkertijd kan zijn, dan is het makkelijker om balans te vinden.
Het balen kunnen toelaten betekent óók het blij zijn kunnen toelaten.
Hierbij geldt, het is alles of niets. En dan kies ik voor alles.