Weet je wat ik soms zo gek vind?
Dat ik zo weinig vragen krijg.
Long covid is zo’n bizarre aandoening. Ik blijf me er zelf zelfs over verbazen.
Dus ik kan me heel goed voorstellen dat de mensen om mij heen er weinig van snappen, als ik vertel wat er met me aan de hand is.
Beter gezegd: ik kan me niet voorstellen dat mensen zich er iets bij voor kunnen stellen.
(Ik heb daar zelf bijna een jaar over gedaan.)
Toch vragen mensen maar weinig. Over hoe het in mijn dagelijkse praktijk dan gaat. Wat er met me gebeurt als ik te veel doe. Of ik zeker weet dat ik niet gewoon lui ben 😉
Verder dan de vraag ‘hoe gaat het’ komen we maar zelden. Er wordt niet doorgevraagd. Waardoor de ander dus niet echt een beeld krijgt van hoe het met me gaat. Daar is long covid te complex voor.
Ik snap het ergens wel. Doorvragen kan de suggestie wekken dat je iets in twijfel trekt. Of te veel aandacht vestigen op iets wat niet leuk is. Het voelt ongemakkelijk wellicht. En misschien niet helemaal toegestaan.
Terwijl doorvragen vanuit oprechte interesse, en met de afstemming of de ander er behoefte aan heeft, volgens mij juist getuigt van betrokkenheid en medeleven. Alleen maar fijn dus.
En ik vind het zelf fijn om te kunnen delen. Om een indruk te kunnen geven van wat het leven met deze aandoening inhoudt.
Maar ik ga daar (liever) niet ongevraagd over delen. Ik vind het fijn om te weten dat de ander ervoor open staat. En het niet ervaart als over-sharing en te veel drama.
Dus ik nodig je bij deze uit om je vragen te stellen.