Al tijdens het opbouwen van de zweethut voel ik de beklemming opkomen. Bij elke deken die we erbij leggen, neemt de druk in mijn keel en borst toe. Het woord dat bij dit gevoel hoort is angst. Doodsangst, om precies te zijn.

Het trauma van bijna gestikt zijn als klein meisje laat weer van zich horen. Mijn hoofd associeert de zweethut met mogelijk luchtgebrek en ramt daarom op de alarmknoppen. Het gevoel van gevaar ontneemt me op voorhand al bijna de adem.

Mijn hoofd wil die hut niet in, wil afhaken, wil vluchten. Het probeert mijn lichaam ervan te overtuigen dit mogelijke gevaar niet aan te gaan. Helaas voor mijn hoofd ben ik eigenwijs. Of wijzer, misschien. Hoe dan ook wil ik me niet laten weerhouden door de opborrelde paniek in mijn lichaam.

Wanneer de hut is opgebouwd en de stenen liggen op te warmen in het vuur, verzamelen we ons in een cirkel. Ik, met 7 andere deelnemers, en 2 begeleiders. Allemaal vrouwen, allemaal liefdevolle zachte krachtige vrouwen, bij wie ik me veilig en gedragen voel. Hier, in deze cirkel, mag alles er zijn, is het veilig om te delen.

Dus ik vertel, over mijn angst, en over hoe diep die zit. De stemmetjes in mijn hoofd vellen hun oordeel – Je neemt te veel ruimte in! Doe niet zo dramatisch! – en ik laat me niet door ze tegenhouden. Hier mag mijn angst, paniek, boosheid, twijfel en frustratie er zijn. Hier mag ik huilen. In deze cirkel van vrouwen mag alles er zijn.

En met deze vrouwen ga ik de hut in. Mét de beklemming op mijn borst en mét samengeknepen keel. Mét mijn angst en twijfel, en het stemmetje dat blijft roepen ‘Ik wil er weer uit!’. Alles is welkom. Ik ga het aan.

En dat aangaan doen we met hulp van onze ademhaling. De zweethut heet ook wel Inipi, wat het huis van de adem betekent. Dus paradoxaal genoeg mag ik me door mijn angst voor luchtgebrek heen ademen. Het is passend én beangstigend.

Niet omdat je het benauwd krijgt in een zweethut. Mijn angst is niet logisch. Er valt dus ook niet mee te praten. Ik wéét wel dat er geen gevaar is, maar mijn lichaam is daar niet van overtuigd. Mijn lichaam houdt nog vast aan die bijna-dood-ervaring van lang geleden.

Ik wilde graag ervaren dat het meeviel. Ik wilde ervaren dat ik mee kon buigen en ademen met de hitte. Ik wilde zittend beginnen, meebuigen met de toenemende hitte en pas gaan liggen – op het koelere gras – als het me te veel werd. Maar de angst is te groot. De angst voor het stikken. Of misschien de angst voor de paniek. En dus breng ik de rondes liggend door.

Het zijn in de hut is voor vandaag uitdaging genoeg. Het aanwezig zijn zónder in gevecht te gaan. Niet de tijd uitzitten, niet op wilskracht en met de tanden op elkaar doorzetten. Maar met aandacht en zachtheid ervaren dat ik daar kan zijn, mét het ongemak, en zónder de paniek. Dat ik door kan ademen, kan praten, kan zingen. En dat ik niet stik.

Dit is blijkbaar wat ik deze dag te doen had. Voor mijn lichaam was dit nodig, voor mijn hoofd was het bij lange na niet goed genoeg. Wilden mijn gedachten me eerst overtuigen die hut niet in, of zo snel mogelijk weer uit te gaan. Nu vellen de stemmen luidruchtig hun oordeel. Ik heb er niet alles uitgehaald, ik ben de uitdaging niet genoeg aangegaan, ik heb het mezelf te makkelijk gemaakt.

Aansteller, roepen ze. En: wat doe je weer moeilijk! Ze zijn luider dan ik had verwacht. Na het eerste thema – zijn met de angst – meldt zich nu, achteraf, thema twee. De zelfafwijzing. Ook al zo’n oude bekende. En dus gaat ook in de dagen na de zweethut de oefening door.

De oefening in zachtheid, in die stemmetjes een liefdevolle knuffel geven, en ze vertellen dat ze niet meer nodig zijn. De oefening in voelen dat het goed genoeg is wat ik doe. En dat het daarbij dus niet uitmaakt wát ik precies doe. Het is goed genoeg. Ik ben goed genoeg. Ook als ik het mezelf makkelijk(er) maak. En misschien wel júíst als ik dat doe.

Ik heb ervaren dat ik mét het gevaar kan zijn, zonder te stikken. Ik heb ervaren dat ik ook met de angst in mijn lijf door kan ademen en zelfs mijn stem kan laten horen. Ik heb ervaren dat ik niet hoef te vechten om het aan te gaan. En dat ik niet keihard mijn best hoef te doen om gezien en gedragen te worden. Ik heb ervaren dat aanwezig zijn genoeg is.

En ik heb weer ervaren wat een rijkdom het is om omringd te zijn door zulke liefdevolle en dappere vrouwen. Vrouwen die iets te doen hebben in deze wereld, die bijdragen aan een nieuwe beweging, die de verandering voorleven en die al het ongemak wat daarbij hoort niet uit de weg gaan.

Moedige vrouwen, die doen wat nodig is. Ik ben dankbaar voor deze vrouwen in mijn leven, en ik ben trots dat ik een van hen ben.

Deze zweethut was een co-creatie van Nynke van Live your Nature & Jolanda van Heart Rituals.

Ik kan je een zweethut bij deze prachtige vrouwen van harte aanraden.

Ze weten een veilige plek te creëren waarin alles er mag zijn, en waarin je je gedragen voelt. Heel bijzonder en waardevol!

Zweethut Noord intentiebuideltje

One Comment

  • Conny van Putten schreef:

    Lieve dappere dochter, met aandacht, met tranen in mijn ogen lees en herlees ik jouw verhaal. Ik vind je zo dapper dat je dit doet, ik heb bewondering voor je , maar ben ook verdrietig dat deze traumatische gebeurtenis(sen) uit je verleden je soms weer parten speelt, je naar de keel grijpt. Wat ben ik blij dat je deze liefdevolle vrouwen om je heen hebt, je hoeft het niet alleen te doen.
    In gedachten omhels ik je nu.
    Je mams.

Leave a Reply