Vorig jaar leerde ik om een punt te zetten.
De jaren ervoor leerde ik juist om ‘en’ te zeggen.
En.
Het is zwaar én het komt goed.
Het is hartverscheurend én ik kom hierdoor heen.
Het is moeilijk én het verrijkt me.
Burn-out, fertiliteitstraject, miskraam, kinderloos blijven.
Ik kon het zeggen, en belangrijker, ik kon het voelen, die ‘en’.
Een teken van mijn groeiende veerkracht.
En. Aanvankelijk zei ik het ook steeds.
Ja het is zwaar, en het komt goed.
Maar ik merkte na een tijdje dat ik dat vooral voor de ander zei.
Ter geruststelling. Om het ongemak te verzachten.
Vanuit een gevoel van verplichting.
En niet omdat ik het nou echt zo voelde.
Daarmee deed ik geen recht aan wat er in mij omging.
Niet écht weten of het goed komt, steeds meer mogelijkheden verliezen en daarom rouwen,
veel onduidelijkheid en onzekerheid.
Mijn ‘en’ is diep van binnen altijd gebleven.
Een innerlijk weten waar geen ratio aan te pas komt.
Tegelijkertijd word de ‘en’ overstemd.
Door de rauwe realiteit en alles wat daarbij komt kijken.
Ik leerde om daar eerlijker over te zijn.
Om het geruststellen van de ander achterwege te laten.
Ik leerde ruimte te geven aan de rauwe werkelijkheid, die te erkennen.
Mijn ‘en’ is er. Voor mij. Niet voor het geruststellen van een ander.
Het proces eromheen, het zoeken, herijken, integreren en wortelen, het is allemaal zo persoonlijk.
Ik voel (nog) niet de behoefte dit uit te dragen.
Dus in plaats van de ‘en’ zet ik nu een punt.
Er zijn mensen die daar wat van vinden. Dat mag.
En dit is er wat er nu voor mij klopt.
Punt 😉